Nieuws Archief Wetenschap Books About Us Theologie Filosofie


Over de doop [1/2]
19-04-2009 - Theologie - 688 x bekeken
Het algemeen erkend sacrament in de Kerk is het sacrament van de doop. De vorm van de doop en de betekenis die er aan gegeven wordt, verschilt echter onder gelovigen. In dit stuk wil ik kijken hoe men naar de doop kijkt. Uiteraard komt hier ook aan bod het verschil tussen kinderdoop en volwassendoop. Vandaag deel 1.

De doop komt al heel lang voor. Ook al voor de tijd van Jezus. We zien bijvoorbeeld ook al Johannes de Doper dopen, terwijl Jezus missie nog helemaal niet begonnen is. Ook mysteriegodsdiensten uit die tijd hadden inwijdingsrituelen waar de doop ook bij hoorde. Verder is er de proselietendoop. Dit betekende dat mensen die het Joodse geloof aan gingen hangen, ook gedoopt werden. Dit wordt ook wel 'mikveh' genoemd. Op deze website kun je lezen over de kinderen van ouders die zich tot het Jodendom bekeren. Die kinderen mogen nog steeds de 'mikveh' ondergaan. Ook als ze nog te jong zijn om te snappen waar het over gaat. Als ze zelf kunnen nadenken hebben ze altijd nog de mogelijkheid om het geloof vaarwel te zeggen. Zou dit ook voor de christelijke doop gelden? We gaan eens wat zaken bekijken.

Betekenis kinderdoop
Laten we eerst een kijken welke betekenis gegeven wordt aan de volwassendoop en kinderdoop. Deze betekenis heeft men er vanuit de bijbel aan gegeven, dus daar zullen we ook wel langskomen. Daar gaan we.

1) De kinderdoop: In de catechismus van Katholieke Kerk staat ook hier wat over. Zo staat er:
"In het Latijn wordt dit sacrament baptisma genoemd, naar de centrale rite waardoor het tot stand komt: baptizare (in het Grieks baptizein) betekent 'duiken', 'onderdompelen'; de 'onderdompeling' in het water is het symbool van de begrafenis van de geloofsleerling in de dood van Christus, waaruit hij door de verrijzenis met Hem weer opstaat, als 'nieuwe schepping' (2 Kor. 5,17) ; (Gal. 6,15). "

De doop beeldt dus uit een begrafenis 'in de dood van Christus'. Het omhoogkomen uit het water is het symbool van het opstaan met Christus; men is een nieuwe schepping. Ook de protestanten hebben zo hun ideeën over kinderdoop. In de Heidelberger Catechismus staan de zondagen 26 en 27 in het teken van de doop. Er staat:

Vr.69. Hoe wordt gij in den Heiligen Doop vermaand en verzekerd dat de enige offerande van Christus, aan het kruis geschied, u ten goede komt?
Antw. Alzo, dat Christus dit uitwendig waterbad ingezet en daarbij toegezegd heeft, dat ik zo zekerlijk met Zijn bloed en Geest van de onreinheid mijner ziel, dat is van al mijn zonden, gewassen ben, als ik uitwendig met het water, hetwelk de onzuiverheid des lichaams pleegt weg te nemen, gewassen ben.

en

Vr.70. Wat is dat, met het bloed en den Geest van Christus gewassen te zijn?
Antw. Het is vergeving der zonden van God uit genade te hebben om des bloeds van Christus wil, hetwelk Hij in Zijn offerande aan het kruis voor ons uitgestort heeft; daarna ook, door den Heiligen Geest vernieuwd en tot lidmaten van Christus geheiligd te zijn, opdat wij hoe langer hoe meer der zonden afsterven, en in een godzalig, onstraffelijk leven wandelen.

Zoals water het lichaam wast, zo zeker is de onreinheid van mijn ziel geschoond door Zijn bloed en Geest. Vraag en antwoord 70 leggen uit wat dit betekent. Het betekent dat onze zonden genadig zijn vergeven door het offer van Christus aan het kruis. Dit is door de Heilige Geest vernieuwd. Door de Geest zullen we hoe langer hoe meer afsterven van de zonde. Ook in de Heidelberger Catechismus wordt aangehaald dat de doop ook voor de kinderen is. Dit lezen we in vraag en antwoord 74:


Vr.74. Zal men ook de jonge kinderen dopen?
Antw. Ja het; want mitsdien zij alzowel als de volwassenen in het verbond Gods en in Zijn gemeente begrepen zijn a, en dat hun door Christus' bloed de verlossing van de zonden b en de Heilige Geest, Die het geloof werkt, niet minder dan den volwassenen toegezegd wordt c, zo moeten zij ook door den Doop, als door het teken des verbonds, der Christelijke Kerk ingelijfd en van de kinderen der ongelovigen onderscheiden worden d, gelijk in het Oude Verbond of Testament door de Besnijdenis geschied is e, voor dewelke in het Nieuwe Verbond de Doop ingezet is f. (a Ge 17:7 b Mt 19:14 c Lu 1:15 Ps 22:10 Jes 44:1-3 Han 2:39 (* Ps 22:10 AV = Ps 22:11 SV) d Han 10:47 e Ge 17:14 f Col 2:11-1)



Hier wordt dus gezegd dat kinderen ook gedoopt moeten worden. De kinderen horen ook bij het verbond van God met Zijn gemeente. In het oude verbond was daar de besnijdenis als onderscheiding van de kinderen van de gelovigen en ongelovigen. De doop is dus een vervanging van de besnijdenis.


De kinderdoop wordt gepraktiseerd in de Oosterse Orthodoxe kerken, de Rooms Katholieke Kerken en in de meeste protestante kerken. Nu zijn er ook christenen die geen aanhangers van de leer der kinderdoop zijn. De meeste evangelischen, baptisten, maar ook in de protestantse kerk zijn er die voor de volwassendoop zijn. Hoe komen zij tot hun oordeel van de doop en wat betekent die doop?

Betekenis volwassendoop

Volwassendoop is allereerst niet echt een goede naam. Ook mensen die aanhangers zijn van de kinderdoop, dopen volwassenen. Dit doen ze indien iemand pas op latere leeftijd tot geloof komt. In dat geval worden volwassenen gedoopt, ook daar waar men normaal kinderen doopt. Een betere naam voor volwassendoop is de geloofsdoop of credodoop (credo betekent: 'ik belijd'). Aanhangers van de geloofsdoop stellen dat de doop een teken is dat pas ontvangen kan worden indien iemand berouw over zijn zonde heeft, en Jezus Christus als zijn/haar verlosser heeft beleden. Men moet dus een persoonlijk geloof in Christus hebben om het teken van de doop te ontvangen. Pas als je dit geloof hebt, kun je met Christus sterven (onder water gaan) en ook weer met hem opstaan (weer boven water komen).

Laten we nu gaan kijken hoe men tot deze visies komt. Hierbij wil ik eerst een aantal bijbelteksten bekijken. Daarna willen we nog gaan kijken hoe de christelijke gemeente na het Nieuwe Testament omging met de doop.

Volgorde (geloof => doop)

Allereerst gaan we naar het allervroegste christendom kijken. Uitspraken van Jezus en wat er zoal gebeurd als de Heilige Geest is uitgestort. Als de Heilige Geest net is uitgestort, houdt Petrus een toespraak. De mensen vragen wat ze moeten doen, en daarop antwoord Petrus (Hand 2:38):

Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.

De aanhangers van de geloofsdoop zien hier een belangrijke volgorde. Eerst keer je je af van je huidige leven, en daarna kun je gedoopt worden. Een kind kan die keuze nog niet maken, is dan de gedachte.

Een andere tekst waar je de volgorde 'geloof -> doop' uit kunt halen vinden we in Markus. In Markus 16 vers 16 staat nog het volgende: "Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld. " Probleem met deze tekst is echter dat men het er tegenwoordig wel over eens is dat deze tekst niet oorspronkelijk in het Marcus evangelie thuishoort.

Aanhangers van de kinderdoop stellen hier tegenover dat al deze teksten betrekking hebben op de periode waarin het christendom ontstond, en waarin de christelijke doop voor het eerst wordt toegepast. In deze situatie was het inderdaad zo dat volwassenen tot geloof kwamen en dan als teken de doop ontvangen. Daar zijn ze het wel mee eens. De vraag is alleen of de kinderen van deze gelovigen ook het teken van de doop mochten ontvangen.

In de tekst uit handelingen staat dat de belofte die Petrus uitspreekt is voor de mensen die luisteren, maar ook voor hun kinderen! Hier zou je uit kunnen halen dat de kinderen dus ook gedoopt mochten worden. Nee, zegt de aanhanger van de geloofsdoop. De belofte is wel voor de kinderen, maar deze kan pas gestalte krijgen als het kind 'tot zijn verstand' is gekomen op latere leeftijd. Niet als zuigeling.

Huisteksten

Nergens in het Nieuwe Testament wordt expliciet gezegd dat kinderen gedoopt worden. Wel zijn er de zogenoemde 'huisteksten'. We lezen in Handelingen en I Korinthe over de doop van Lydia, Crispus, Stefanas en de gevangenbewaarder in Fillippi :
Een van onze toehoorsters was een vrouw uit Tyatira die in purperstoffen handelde; ze heette Lydia en vereerde God. De Heer opende haar hart voor de woorden van Paulus. Nadat zij en haar huisgenoten waren gedoopt, nodigde ze ons uit...(Hand 16:15)

Crispus, een leider van de synagoge, aanvaardde echter samen met al zijn huisgenoten het geloof in de Heer, en ook veel Korintiërs die Paulus hadden gehoord gingen over tot het geloof en lieten zich dopen.(Hand 18:8)

Hij bracht hen naar buiten en vroeg: ‘Zegt u mij, heren, wat moet ik doen om gered te worden?’ Ze antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u en uw huisgenoten.’ En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan iedereen die bij hem woonde. Hoewel het midden in de nacht was, nam hij hen mee en maakte hun wonden schoon. Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten gedoopt.(Hand 16:30)

Ja, ik heb ook nog Stefanas en zijn huisgenoten gedoopt, maar ik kan mij niet herinneren dat ik nog iemand anders heb gedoopt. (1 Kor 1:16)

Men heeft gesteld dat onder deze huisgenoten ook kinderen zullen zijn geweest. Tegenstanders van de kinderdoop denken echter dat die huisgenoten sloegen op medewerkers in het huishouden die ook gewoon volwassen waren en zelf tot geloof kwamen. Ik weet niet hoe waarschijnlijk dat is. Zou een vrouw die in purperstoffen medewerkers of slaven hebben? Misschien wel. Misschien niet. Je lijkt met deze teksten twee kanten op te kunnen.

Mogelijk is het hier ook nog interessant om te spreken over de proselietendoop. Joden kenden al een doop voordat Johannes kwam dopen. Als niet-Joden zich bekeerden tot het Jodendom, dan vond er een proselietendoop plaats. Bij deze doop werden ook gezinnen gedoopt. Daarbij werd iedereen gedoopt, omdat het gezin als een geheel werd beschouwd. Als we dan in dit licht zien dat in de tijd van het Nieuwe Testament ook gezinnen werden gedoopt, dan lijkt het geen gek idee dat de gezinnen die na Pinksteren werden gedoopt daarbij ook hun kinderen lieten dopen. Je liet je kinderen ook dopen, ook al wist je nog niet of ze wel bij het geloof bleven. Daarvan vinden we ook informatie in Kethuboth (onderdeel Talmoed, Joodse geschriften).

Verbondsteksten

Misschien moeten we verder naar de context kijken. In eerste instantie zijn er dus allerlei Joden die tot geloof in Jezus Christus komen. In het Jodendom ontvingen de kinderen de besnijdenis als teken van het verbond. De kinderen waren helemaal opgenomen in het verbond. Dit begon toen God met Abraham een verbond sloot (Gen 17). Als teken van dit verbond werd de besnijdenis ingevoerd:

Dit is de verplichting die jullie op je moeten nemen: alle mannen en jongens moeten worden besneden. 11 Jullie moeten je voorhuid laten verwijderen; dat zal het teken zijn van het verbond tussen mij en jullie. 12 In elke generatie opnieuw moet iedereen van het mannelijk geslacht besneden worden wanneer hij acht dagen oud is. Dit geldt niet alleen voor wie tot je eigen volk behoort maar ook voor jullie slaven, of ze nu bij jullie geboren zijn of van vreemdelingen zijn gekocht; 13 iedereen die bij jullie geboren is of door jullie is gekocht, moet worden besneden.

Iedereen die dus bij hen hoorde moest besneden worden. Kinderen en slaven ook. Jezus heeft het verbond met Abraham echter vernieuwd. Aan de avondmaalstafel sprak Jezus de volgende woorden:
Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.

Paulus koppelt dan volgens de aanhangers van de kinderdoop het teken van de besnijdenis met het teken van de doop in Kol 2:11-13:
In hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. 12 Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt. 13 U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen hij ons al onze zonden kwijtschold.


De gemeente Kollose bestond voornamelijk uit niet-Joden, heidenen dus. Zij waren als kind niet besneden. Paulus stelt dat ze niet besneden zijn door mensenhanden, maar dat besneden zijn met de besnijdenis van Christus. Dit lijkt voor heidenen dus hetzelfde effect te hebben als de besnijdenis bij de Joden had. De doop was hun besnijdenis in Christus. De aanhangers van de geloofsdoop zijn het hier uiteraard niet mee eens. Zij stellen onder andere dat het hier om een besnijdenis van het hart gaat, en niet om de lichamelijke besnijdenis zoals deze onder het verbond met Abraham werd toegepast. Maar wat zou een 'besnijdenis van het hart' moeten symboliseren dan? Waarom wordt 'besnijdenis' hier genoemd als het niets te maken heeft met het ritueel dat alle Joden kenden en ondergingen (de jongens dan).

Vanaf Jezus' tijd is er een nieuw teken, de doop. Allerlei Joden komen tot geloof in Christus en laten zich dopen. Bij de Joden was het echter de gewoonte dat kinderen er helemaal bij horen, want ze werd immers ook besneden. Zou het dan niet logisch geweest zijn voor de eerste Joden, dat de kinderen ook dat teken ontvingen? God werkte door generaties heen en God beloofde dat dat door zou gaan. In het nieuwe testament zien we ook dat de kinderen erbij horen. Ze zijn geheiligd door de ouders (zie 1 Kor 7:14: "Want de ongelovige man behoort dankzij zijn vrouw God toe en de ongelovige vrouw dankzij haar man eveneens. Zou dat niet zo zijn, dan zouden uw kinderen onrein zijn. Maar nu zijn ze geheiligd".)

In de brief aan de Romeinen spreekt Paulus ook over de besnijdenis van Abraham. Hij schrijft in hoofdstuk 4:
We zagen al dat Abrahams vertrouwen hem werd toegerekend als een daad van gerechtigheid. 10 Maar wanneer gebeurde dat? Toen hij al besneden was of daarvoor? Het laatste, toen hij nog niet besneden was. 11 De besnijdenis ontving hij later als een bezegeling en teken dat hij als onbesnedene rechtvaardig was omdat hij op God vertrouwde. Zo werd hij de vader van alle onbesnedenen die geloven, zodat ook zij als rechtvaardigen konden worden aangenomen. 12 En hij werd eveneens de vader van hen die besneden zijn, althans van hen die zich niet alleen hebben laten besnijden maar ook onze vader Abraham volgen in het geloof dat hij als onbesnedene bezat.

De aanhanger van de geloofsdoop voelt zich misschien wel meteen bevestigd. In vers 11 zien we namelijk dat Abraham eerst op God vertrouwde, en dat hij later de besnijdenis ontving als teken en zegel. Maar problematisch is hier juist dat we ook weten dat de besnijdenis ook werd toegepast op zuigelingen. Dat hebben we zojuist al gelezen uit Genesis 17.

Binnenkort deel 2...


Verwante artikelen
Introductie kinderdoop
Geschiedenis van de doop
De historische ontwikkeling doop…
Boek: De doop in de vroege kerk
Over de doop [2/2]
De Schrift en de Traditie
Tja, die besnijdenis. Tja, dat verbond. Idd werd besnijdenis bij zuigelingen toegepast. Maar waarom? Wat betekende het? En wat betekent de christelijke besnijdenis (de doop)? Zie Kollosenzen 2.

Ik ben niet tegen kinderdoop. Ik ben voor geloofsdoop.

c.s. lewisfan op 27.04.2009 om 15:09:41
Ik snap er niets van en ben niet zo bijbelsonderlegt maar het woord dopen betekent toch, in ons taalgebruik, ondergaan in een vloeistof en niet besprenkelen wat bij de zuigelingendoop gebeurt? En hoe zit het met de meisjes waar, gaat God met hun ook iets aan? zomaar een paar vragen die bij mij opreisen omdat ik met deze problematiek me op dit moment bezig houd. Ik dacht ook, dat we Jezus volgen en hem als voorbeeld hebben en hij laat zich als volwassene onderdompelen. lijkt me belangrijk als voorbeeld??

netbekeerd op 17.01.2012 om 16:59:26
Zelf een reactie toevoegen? Dat kan hieronder!

Type hier je naam:
Type hier je reactie op het stuk:
Nieuws Archief Wetenschap Books About Us Theologie Filosofie